(Kosten)effectiviteit van twee interventies: Welzijn op recept en Gecombineerde Leefstijlinterventie bij Kinderen (Suijkerbuijk et al., 2019)

Samenvatting

Bij lokale preventieve gezondheidsinterventies werken de zorg en de gemeente soms samen. Dit gaat niet altijd vanzelf, onder andere omdat de geldstromen niet helder zijn en de kosten en baten bij verschillende partijen terechtkomen. Een voorbeeld van een lokale interventie is Welzijn op recept. Hierbij verwijst de huisarts mensen met lichte psychische klachten, zoals rouw of eenzaamheid, door naar sociale activiteiten in de buurt.

Betrokken organisaties hebben de indruk dat deelnemers van Welzijn op recept zich beter voelen en minder vaak onnodig de huisarts bezoeken. Om die indruk te bevestigen moet worden onderzocht of de interventie effect heeft. Dit blijkt uit een verkenning van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu naar het nut van een kosten-baten rekentool voor Welzijn op recept, in opdracht van het ministerie van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Een rekentool die de kosten en baten in geld uitdrukt heeft voor betrokken organisaties weinig meerwaarde. Aanbieders van zorg en ondersteuning willen vooral de interventie beter organiseren en de effecten op de deelnemers vergroten. Succesvolle elementen van Welzijn op recept zijn de verwijzing van de huisarts, korte lijnen en goede samenwerking tussen de huisarts en de welzijnscoach. Dit organisatievraagstuk is belangrijker dan de financiering.

Landelijk gezien kan een rekentool geldstromen inzichtelijk maken en structuur aanbrengen in de financiering van het grijze gebied tussen zorg en welzijn. Maar ook daarvoor is eerst meer kennis nodig over de effectiviteit van de interventie.

VWS heeft ook gevraagd wat de beste maatregel is om overgewicht bij kinderen tegen te gaan. Hoewel verschillende interventies voeding, beweging en gedrag combineren, variëren ze nogal in opzet en effectiviteit. Zo zijn er interventies voor thuis en op school. Ook verschillen de resultaten. Om te kunnen zeggen welk type het meest effectief is, is uitgebreid literatuuronderzoek nodig.